Einde vrije artsenkeuze? En omzeiling van rechterlijke uitspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven?

12 feb

Einde vrije artsenkeuze? En omzeiling van rechterlijke uitspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven?

Weggemoffeld op pagina 56 van het Regeerakkoord VVD-PVDA staan beleidsvoornemens tot:

“…het afschaffen van art. 13 Zvw zodat selectieve inkoop wordt ondersteund, het uitsluitend verplicht verzekeren van zorg uit het basispakket via de naturapolis…”.

Vertaling: met Zvw wordt Zorgverzekeringswet bedoeld. In artikel 13 daarvan staat tot nu toe dat een verzekerde recht heeft op (een zekere mate van) vergoeding wanneer hij zorg betrekt bij een arts, behandelaar  of instelling waarmee de verzekeraar geen contract heeft afgesloten.

In de tweede helft van de zin staat dat de restitutiepolis bij verzekering van het basispakket wordt afgeschaft. Uitsluitend naturapolissen blijven hierdoor over, d.w.z. polissen waarbij de verzekeraar en arts een contract hebben afgesloten.

Dit betekent dat uitsluitend zorg op basis van een contract tussen arts en verzekeraar voor vergoeding door de verzekeraar in aanmerking komt. De vrije keuze door de burger van arts of instelling van zijn voorkeur wordt hiermee afgeschaft.

Deze beleidsvoornemens zullen naar verwachting op donderdag 14 februari 2013 door de Commissie VWS van de Tweede Kamer worden besproken.

Implementatie van de beleidsvoornemens betekent ook dat de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 8 maart 2012 de facto buiten werking zal worden gesteld. Daarin heeft het CBb de verplichting van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) verworpen om bij elke patiënt, ook wanneer deze dit niet wenst, de diagnose op de rekening te vermelden. Het CBb heeft bepaald dat NZa uitzonderingsmogelijkheden op die verplichting moet creëren, wat ook is geschied.

Verzekeraars zullen deze uitzonderingsmogelijkheid kunnen omzeilen door geen contract aan te gaan met psychiaters en psychotherapeuten en hun patiënten die hiervan gebruik willen maken.

Zie voor Regeerakkoord http://www.kabinetsformatie2012.nl/bestanden/formaties/formatie-2012/documenten/regeerakkoord/20121029-definitief-regeerakkoord.pdf

Zie voor uitspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven http://devrijepsych.wordpress.com/2012/03/08/rechter-bevestigt-belang-van-medische-privacy/

Ten slotte: doe iets. Bij voorbeeld http://actiezorgenregeerakkoord.blogspot.nl/2012/11/eml-voor-vrienden-familie-en-kennissen.html

Kaspar Mengelberg 12 februari 2013

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aantekeningen over Kees van der Leeuw

5 dec

Aantekeningen over Kees van der Leeuw 

Ondernemer, theosoof, architectuur- en kunstminnaar, organisator en bovendien psychiater-psychoanalyticus. Een uitzonderlijke combinatie.

Dr. C.H. (‘Kees’ of ‘Cees’) van der Leeuw (1890-1973) was mede-eigenaar en directeur van het familiebedrijf Van Nelle (tabak, koffie, thee, kauwgum) en bouwheer van de destijds zeer moderne en inmiddels monumentale Van Nelle fabriek (Brinkman & van der Vlugt, 1930).

Kort na de oorlog was hij hiernaast regeringsgemachtigde voor de wederopbouw van Rotterdam. De Rotterdamse Van der Leeuwkring is naar hem vernoemd.

Van 1946 tot 1960 was van der Leeuw curator, deels president-curator, van de Technische Hogeschool in Delft. Op de afdeling bouwkunde introduceerde hij de architectuur commentaarcolleges (1958-1966) [1]. Gevorderde studenten en stafleden wisselden daarin op vrije wijze ideeën uit over landschap, bouwen en bebouwing, eens per veertien dagen gedurende twee uur.

Kees van der Leeuw bekleedde vele nevenfuncties. Hij was onder meer lid van het college van regenten van het Kröller-Müller Museum en voorzitter van het college van aankopen, voorzitter van de raad van toezicht van het Rotterdams Filharmonisch Orkest en voorzitter van de Federatie van Medisch-Opvoedkundige Bureaus.

Kees van der Leeuw was evenals zijn broer, de jurist Dr. J.J. (‘Koos’) van der Leeuw (1893-1934), nauw betrokken geweest bij zomerkampen rond Jiddu Krishnamurti bij Ommen. De vormgeving van de Van Nelle fabriek –licht en lucht- zou mede vanuit theosofische optiek zijn geïnspireerd. Van der Leeuw hechtte waarde aan fysiek en psychisch gezonde en prettige werkomgeving voor zijn werknemers. Hij maakte studiereizen naar de Verenigde Staten om daar moderne managementstijlen te bestuderen [2].

Minder bekend is dat Kees van der Leeuw ook psychiater*[3] en psychoanalyticus was. Begin dertiger jaren onderbrak hij zijn directoraat bij Van Nelle en verbleef gedurende acht jaar in Wenen. Hij was in psychoanalyse bij Freuds leerling Ruth Mack Brunswick (1897-1946) [4]. Van der Leeuw studeerde in Wenen geneeskunde* en specialiseerde zich in de psychiatrie*. Waarschijnlijk promoveerde* hij ook in Wenen. Na de Anschluss, 1938, keerde Kees van der Leeuw naar Nederland terug en hervatte de directie van Van Nelle [5]. Vanaf 1940 heeft hij gedurende een dag per week als psychiater en psychotherapeut in het psychiatrisch ziekenhuis Maasoord bij Portugaal gewerkt*[6].

Vast staat dat van der Leeuw vanaf 1939 lid was van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse, aanvankelijk als associate member ‘vanuit Weenen’. Tussen 1946 en 1964 is zijn lidmaatschap van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse (NVPa) gedocumenteerd [7]. In 1946-1947 was van der Leeuw vice-voorzitter van de NVPa en lid van het bestuur van het Psychoanalytisch Instituut (PAI [8]). Hij moet tot zijn dood toe (1973) lid zijn geweest*.

Via het Psychoanalytic Electronic Publishing (PEP) Archive heb ik naar psychoanalytische publicaties van Kees van der Leeuw gezocht en deze niet gevonden. Evenmin trof ik deze in de elektronische catalogus van de bibliotheek van de NVPa. De catalogus van de universiteitsbibliotheken van Rotterdam, Amsterdam en Wenen gaven geen hits. Wel trof ik in de catalogus Koninklijke Bibliotheek een publicatie van zijn hand, onder de titel Bouw eener fabriek: factoren bij de keuze van terreinen en fabriekstype (1930, Muusses, 22 pagina’s) [9].

Ook Kees’ eerdergenoemde broer Koos van der Leeuw verbleef ook enige tijd in Wenen. Hij was bij Freud in analyse [10] [11] [12]. Koos van der Leeuw was amateur-piloot en werd door Freud der Fliegende Holländer genoemd. Koos kwam in 1934 bij een vliegtuigongeluk om het leven.

Er bestaan meerdere publicaties over Kees van der Leeuw. Een min of meer uitgebreide biografie is echter bij mijn weten nooit verschenen.

Ik noem de volgende:

1. Op Wikipedia staat een kort lemma: http://nl.wikipedia.org/wiki/Cees_van_der_Leeuw.

2. De website van de Gemeente Rotterdam bevat eveneens een lemma: http://www.rotterdam.nl/tekst:leeuw_van_der

3. Op internet staat een korte documentaire van Rijnmond TV onder de titel Rotterdammers van Formaat: Afl.4: Cees van der Leeuw (2010): http://www.youtube.com/watch?v=FkcWqFZFeHs.

3. Graham Livesey, The van der leeuw house: theosophical connections with early modern architecture (1998),

http://corbu2.caed.kent.edu/architronic/v8n1/v8n105.pdf

4. André Koch, Een open naaidoos detoneerde al over het wonen in de modernistische villa van der leeuw (2009),

http://www.designhistory.nl/2009/een-open-naaibox-detoneerde-al-over-het-wonen-in-de-modernistische-villa-van-der-leeuw/#fn-1214-2

5. Wessel de Jonge, The Technology of Change: The Van Nelle Factories in Transition (2002), http://www.wesseldejonge.nl/media/downloads/Van%20Nelle%20Design%20Factory_research%20ENG.pdf, ook http://goo.gl/Jx0jS, p. 44

6. Frank Kauffmann, Kees van der Leeuw. A Principal in Search of Synthesis, Wiederhall(1993) 14, pp. 4-6.

7. Van der Leeuwkring, Rotterdam, http://www.vanderleeuwkring.nl/over_de_kring/inspiratie

In de persoon van Kees van der Leeuw verenigt zich een unieke combinatie van psychoanalyticus-psychiater en bovendien captain of industry, eigenaar-directeur, ondernemer, theosoof, architectuur- en kunstminnaar, organisator, bestuurder en, naar men mag aannemen, vergadertijger.  Voor zover bekend heeft van der Leeuw weinig (openbaar) gepubliceerd.

Het is daarom te betreuren dat men niet op directe wijze van zijn denkbeelden kennis kan nemen, met name vanuit de vraag in hoeverre psychoanalytische inzichten zijn ideeën over bestuur, architectuur en ondernemen hebben beïnvloed, en omgekeerd.

Van de Leeuw was, zoals gezegd, een vergadertijger.  Het is te verwachten dat ideeën van Kees van der Leeuw neerslag hebben gevonden in verschillende archieven en notulen [13]. Vooralsnog wat dit betreft onontgonnen.

Kaspar Mengelberg 5 december 2012

kmengelberg@csi.com

 

[1] Ir. Pjotr Gonggrijp, architect, attendeerde mij op de persoon van der Leeuw. Gonggrijp woonde destijds de architectuur commentaarcolleges bij en heeft deze als buitengewoon inspirerend ervaren.

[2] Wessel de Jonge, The Technology of Change: The Van Nelle Factories in Transition (2002), p. 5 http://www.wesseldejonge.nl/media/downloads/Van%20Nelle%20Design%20Factory_research%20ENG.pdf

[3] Met * genoteerde gegevens moeten op juistheid worden geverifieerd

[4] The Diary of Sigmund Freud 1929-1939 (1992), geannoteerd door Michael Molnar, 26 april 1933, annotatie p. 170 .

[5] Dit mede opdat zijn broer Dick, directeur van Van Nelle tijdens zijn afwezigheid, in 1936 bij een vliegtuigongeluk omkwam.

[6] Huidige naam: Delta Psychiatrisch Centrum

[8] Tegenwoordig: Nederlands Psychoanalytisch Instituut (NPI).

[10] The Diary of Sigmund Freud 1929-1939 (1992), 19 september 1933, 26 april 1934, 29 augustus 1934, annotaties op pp. 158, 170, 175 .

[11] De film Rotterdammers van Formaat: Afl.4: Cees van der Leeuw (http://www.youtube.com/watch?v=FkcWqFZFeHs)toont op 13:00 een rekening van Freud met de volgende tekst:

“15.7.’33

Herrn Dr. J.J. van der Leeuw

15 Juni – 15 Juli 1933

27 Stunden = $ 675

Zalung in hfl erbeten

Freud”

Deze rekening was voor Koos (J.J.) bestemd en niet voor Kees (C.H.), zoals abusievelijk is aangenomen.

[12] Zie over Koos van der Leeuw http://www.theosofie.nl/tijdschrift/edities/2008/3/Wie%20was.pdf. Zie ook van Dr J. J. van der leeuw, THE CONQUEST OF ILLUSION (1928),  http://goo.gl/jXSAV

[13] Bij voorbeeld Archief van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse, http://stadsarchief.amsterdam.nl/archieven/archiefbank/overzicht/30628.nl.html, Archief wederopbouw Rotterdam, Archief Kröller-Müller Museum, Archief Technische Hogeschool Delft, Archief Van Nelle.

Persbericht VZVZ over EPD bevat onjuistheden

3 dec

Het persbericht dat de Vereniging Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie VZVZ op 30 november 2012 uitbracht bevat onjuistheden.

VZVZ stelt dat er “geen sprake van [is] dat vanuit de Verenigde Staten kan worden gekeken in de patiëntgegevens van het Landelijk Schakelpunt (LSP)” [1]. Dit in tegenstelling tot recente mediaberichten [2].

VZVZ stelt bovendien dat de Amerikaanse Patriot Act de laatste tien jaar ‘nauwelijks gebruikt’ zou zijn. Ten slotte vergelijkt VZVZ het Landelijk Schakelpunt (LSP) met een ‘telefoonboek’ daardoor het “ook technisch onmogelijk [zou zijn] om vanuit het LSP medische patiëntinformatie te verstrekken”.

Laatstgenoemde vergelijking gaat mank. Het LSP is immers een knooppunt van informatie, vergelijkbaar met een telefooncentrale. Alle berichten passeren het LSP. Deze berichten kunnen dan ook binnen het schakelpunt worden afgelezen, vastgelegd en richting derden worden geëxporteerd.

De stelling dat de Amerikaanse Patriot Act nauwelijks gebruikt zou zijn is evenmin juist. Aanvragen om informatie door Amerikaanse autoriteiten geschieden door middel van een zogenaamde National Security Letter, waarin de adressant door middel van een ‘gag order’ in alle opzichten geheimhoudingsplicht wordt opgelegd [3]. Het aantal aanvragen is hierom niet publiek bekend. Wel is gebleken dat de Amerikaanse autoriteit inzage in gegevens van het EPD in Canada heeft verkregen [4].

Het moge wellicht zo zijn dat de Nederlandse vestigingen van het bedrijf CSC, dat het LSP bedient, heeft toegezegd zich aan de Nederlandse wetgeving te houden. Het is echter de vraag of CSC Nederland zich hieraan mag, kan, wil en zal houden wanneer het Amerikaanse moederbedrijf een bovenbedoelde (geheime) National Security Letter ontvangt. Bovendien, hoe weet VZVZ dat de feitelijke dienstverlening ten behoeve van het LSP door CSC geheel op Nederlandse bodem plaatsvindt, en niet ook, bij voorbeeld, in de Verenigde Staten?

Kaspar Mengelberg

Gezondheidszorg en geneeskunde

24 okt

Ten onrechte wordt vaak geen onderscheid gemaakt tussen gezondheidszorg en geneeskunde. Gezondheidszorg betreft een samenhangend financieel en organisatorisch systeem waarbinnen o.m. geneeskundige (be)handelingen in Nederland over het algemeen plaats vinden. Dit met goede bedoelingen opgezet systeem wordt door staatsbureaucratieën en verzekeringsmanagers gedomineerd; goede bedoelingen hebben ook hier de weg naar de hel geplaveid.

Gezondheidszorg heeft geneeskunde en haar beoefenaars beschadigd. Beleidstraumata (Jos Lamé) hebben tot endemische demoralisatie en onverschilligheid onder artsen geleid. Het is niet verbazingwekkend dat patiënten over ongeïnteresseerde zorg klagen en deze, als het even kan, mijden. Dit krijgt een pervers tintje voorzover economische en beleidsmatige machthebbers hierover stiekem tevreden zijn: een zorglast minder.

Patiënten wenden zich dan tot zelfbetaalde magische (ook wel ‘alternatieve’ of ‘complementair werkend’ genoemde) dokters buiten de gezondheidszorg, en zetten de tijd tot voorverlichte tijden, dus minstens drie eeuwen, terug. Tot eigen schade, jammer.

De stelling dat geneeskunde en gezondheidszorg onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn is echter onjuist. Het wordt tijd dat reguliere artsen zich uit de gezondheidszorg terugtrekken en daar buiten aan het werk gaan.

Kaspar Mengelberg

Wetsvoorstel: justitie krijgt toegang tot DNA

19 okt

Het wetsvoorstel Wet zeggenschap lichaamsmateriaal houdt doorbreking van het medisch beroepsgeheim in. Het voorstel bepaalt namelijk dat het Openbaar Ministerie toegang zal krijgen tot om medische reden verzameld DNA voor zover het verdenking op ernstige misdrijven betreft. Zie art 15 lid 3 onder http://content1c.omroep.nl/f139f47ca88678e57a75d2fb5cee1034/5081a9f7/kro/reporter/concept_wzl.pdf

Uit de memorie van Toelichting: “…Zij moet er toe leiden dat slechts in bijzondere, nauw omschreven gevallen ten behoeve van de opsporing van zeer ernstige strafbare feiten als moord en verkrachting, een uitzondering [op het toestemmingvereiste, KM] wordt gemaakt, en het belang van de opsporing – die er overigens ook kan leiden tot de vaststelling dat de verdachte niet de vermoedelijke dader is – kan worden geacht zwaarder te wegen dan het belang dat donor, arts en beheerder respectievelijk gebruiker in het algemeen hebben bij vertrouwelijkheid bij het gebruik van dat lichaamsmateriaal… “. Zie http:content1d.omroep.nl/c440e73dd99b80c82e959375c6f4313e/5081ab09/kro/reporter/concept_wzl_mvt.pdf, p.29.

Zie ook http://reporter.dossierjournalistiek.nl/seizoenen/2012/afleveringen/19-10-2012/extras/wetsvoorstel_is_omstreden

Het gevaar van function creep spreekt vanzelf.

Kaspar Mengelberg

Mariëlle Tweebeeke winnares Sonja Barend Award 2012 voor interview over schending beroepsgeheim VU

17 okt

Mariëlle Tweebeeke heeft de Sonja Barend Award 2012, vakprijs voor  het beste televisie-interview van het jaar, gewonnen. Zij interviewde in Nieuwsuur van 23 februari 2012 de heren Elmer Mulder, toenmalig voorzitter van het VU Medisch Centrum (VUmc), Prof. Jaap Bonjer, chirurg en hoofd van de spoedeisende hulp, en Reinout Oerlemans, televisieproducent.

De Raad van Bestuur van het VU medisch centrum (VUmc) had medewerkers van het audiovisueel productiebedrijf Eyeworks gedurende twee weken via vaste camera’s en microfoons op zijn spoedeisende hulp bij patiëntencontacten laten meekijken en meeluisteren. Aan patiënten werd pas toestemming voor het maken van opnames gevraagd nadat dit meekijken en meeluisteren al had plaatsgevonden. Dit betekent een schending van het medische beroepsgeheim.

Het is fascinerend om te zien hoe de door loochening  verblinde heren aan hun onhoudbare posities vasthouden, en Tweebeeke, even vasthoudend, in haar verhelderende vraagstellingen persisteert.

Zie voor de uitreiking van de Sonja Barend Award 2012: http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/187895

Zie voor Nieuwsuur van 23 februari 2012:http://nieuwsuur.nl/video/344632-tussen-leven-en-dood-gaat-door.html

Proficiat!

Kaspar Mengelberg

“Wassen neus”? Kritische beschouwing over beslissing van de Stichting KDVP om de opt-out regeling van NZa af te wijzen en tegen de Beslissing op Bezwaar in beroep te gaan

23 jul

Vanuit DeVrijePsych

Sinds kort bestaat een opt-out mogelijkheid ten aanzien van de vermelding van de diagnose op de (ggz-)declaratie en de verplichting om medische gegevens aan het DBC Informatiesysteem (DIS) van de overheid aan te leveren. Patiënten en behandelaars die niet willen dat hun privacy en beroepsgeheim worden doorbroken kunnen daar gebruik van maken. De Nederlandse Zorgautoriteit heeft dit nieuwe recht in haar Beslissing op Bezwaar (BoB) op 7 juni 2012 bekendgemaakt.

De Stichting KDVP heeft de BoB echter afgewezen en is hiertegen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in beroep gegaan. KDVP stelt dat de geboden opt-out regeling ten aanzien van de vermelding van de diagnose op de declaratie “onvoldoende is uitgewerkt om effectief te verhinderen dat tot de diagnose herleidbare informatie wordt uitgewisseld in de declaratieprocedure”. KDVP ontraadt dan ook toepassing van de regeling voor zover patiënten van vergoeding door hun ziektekostenverzekeraar gebruikmaken. KDVP meent dat de regeling slechts bij zelfbetalende patiënten een oplossing biedt. 

KDVP geeft geen alternatief voor de opt-out regeling die zij afwijst. Dit zou impliceren dat bij opvolging van het advies van KDVP de reguliere DBC-declaratiesystematiek en de daarmee verbonden doorbreking van beroepsgeheim door de behandelaar en privacy van de patiënt voorlopig in stand zouden blijven. De patiënt en behandelaar zouden in dat geval geen gebruik maken van het nieuw verworven privacyrecht.

(Zie voor het standpunt van KDVP http://goo.gl/AXLAr. Zie voor deze BoB (met bijlagen) http://goo.gl/HUf6l. DeVrijePsych heeft over de BoB bericht onder http://goo.gl/O5OIC.)

De belangrijkste kritiekpunten van de KDVP op de BoB zijn als volgt:

1. KDVP verwijt NZa nalatigheid en stelt dat deze verzuimt “te voorzien in de noodzakelijke voorlichting over de invoering van een privacy opt-out regeling voor de GGZ”. 

Commentaar van DeVrijePsych:

NZa heeft haar BoB aan de appellanten (KDVP en DeVrijePsych) en verder betrokken partijen (Zorgverzekeraars Nederland, Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten en psychologen NVVP, Nederlands Instituut van Psychologen NIP, GGZ Nederland, Landelijk Platform GGZ) toegestuurd en heeft deze, met haar nieuwe regelgeving, op haar website geplaatst. De regelgeving is tevens in de Staatscourant gepubliceerd.

Het is te betreuren dat niet of nauwelijks over de opt-out regeling, en de belangrijke privacyimplicaties ervan, in openbare media is geschreven. Voor zover tegenstander van de opt-out regeling hebben bovengenoemde organisaties hierover evenmin bericht. Veel (potentiële) patiënten en behandelaars zullen hierdoor nog niet van de nieuwe privacyrechten op de hoogte zijn. Dit is onwenselijk. NZa lijkt echter, conform artikel 20 van de Zorgverzekeringswet, aan haar informatieplicht voldaan te hebben. 

2. KDVP stelt dat elke behandelaar verplicht zou zijn om op verzoek van de patiënt de opt-out regeling onvoorwaardelijk toe te passen. KDVP duidt niet aan waarop deze verplichting haars inziens berust.

Commentaar:

Van de opt-out regeling kan worden gebruik gemaakt wanneer patiënt en behandelaar dit beiden wensen. Bij verschil van mening kan de patiënt een andere, wat dit betreft welwillende, behandelaar kiezen, respectievelijk kan de behandelaar een patiënt behoudens noodgevallen afwijzen. Vooralsnog lijkt deze stelling van KDVP dan ook te absoluut. Het is met enige fantasie ook denkbaar dat een patiënt wenst dat geen gebruik van de opt-out regeling wordt gemaakt. Het lijkt onaannemelijk en onwenselijk dat de behandelaar in dat geval verplicht zou zijn de patiënt hierin te volgen en tegen zijn of haar wil het beroepsgeheim te doorbreken.

3. KDVP stelt dat de regeling “onvoldoende is uitgewerkt om effectief te verhinderen dat tot de diagnose herleidbare informatie wordt uitgewisseld in de declaratieprocedure”. KDVP doelt op “coderingen en gedeclareerde bedragen” waardoor “alsnog de diagnose-informatie te herleiden” zou zijn. Evenmin zou volgens KDVP “uitwerking gegeven [zijn] aan de door de rechter gestelde voorwaarde dat gebruikmaking van de opt-out regeling geen negatieve financiële/contractuele consequenties mag hebben voor cliënt dan wel behandelaar”. KDVP komt tot de slotsom dat de regeling voor zover het verzekerde zorg betreft neerkomt op een “wassen neus”. 

Commentaar: 

Zoals blijkt uit de regelgeving Declaratiebepalingen DBC GGZ houdt NZa vast aan de DBC-declaratie- en registratiesystematiek. Artikel 6 somt verschillende verplichte gegevens en coderingen op de factuur op. Artikel 7 noemt de toegestane uitzonderingen.

KDVP specificeert niet welke gegevens en coderingen op de factuur, ondanks toepassing van de toegestane uitzonderingen, haars inziens toch zouden (kunnen) leiden tot kenbaarheid van de diagnose. Als gevolg hiervan kan niet worden beoordeeld of de afwijzing van de regeling door KDVP terecht is of niet. 

Op het eerste gezicht lijken de toegestane uitzonderingen wel toereikend. Immers, de DBC-prestatiecode, “voor zover betrekking hebbend op tot de diagnose herleidbare gegevens, blijft buiten toepassing”, zo schrijft NZa. Ook voor de herkenbaarheid van de diagnose op grond van het rekeningbedrag heeft NZa (in 7.4) een oplossingsrichting gepresenteerd. “Cliënt en zorgaanbieder” zijn immers “gerechtigd om een tarief, niet hoger dan het geldende maximumtarief, te declareren zodanig dat dit afwijkende tarief niet herleidbaar is naar de diagnose”, zo schrijft NZa. Ook: “De zorgverzekeraar is gehouden om binnen redelijke grenzen medewerking te verlenen aan de totstandkoming van zo’n betalingsprocedure”. 

Het is niet begrijpelijk waarom KDVP de regeling niet adequaat acht voor patiënten die hun rekening bij de zorgverzekeraar indienen maar wel voor zelfbetalende patiënten. Het verschil tussen beiden is dat eerstgenoemden een privacyverklaring moeten indienen, zie http://goo.gl/V3AEL, en laatstgenoemden dat niet hoeven.

Voor zover NZa terecht stelt dat bij toepassing van de uitzonderingen de diagnose niet meer uit de declaratie kenbaar is kan haar op het gebied van de privacy- en beroepsgeheimdoorbreking, in het licht van de rechterlijke uitspraken van het CBb, geen verwijt meer worden gemaakt. Een nieuwe rechtelijke procedure heeft waarschijnlijk alleen kans van slagen wanneer kan worden aangetoond dat à la lettre toepassing van de geboden opt-out regeling desondanks leidt tot kenbaarheid van de diagnose op de rekening.

De opt-out regeling is relatief recent. Ervaring met ziektekostenverzekeraars is nog niet voorhanden. Wanneer zich daarbij moeilijkheden voordoen ligt het op de weg deze in eerste instantie aan NZa voor te leggen. Bij structurele problemen ligt het voor de hand dat NZa haar regelgeving aanpast. Dit alles kan buiten een rechterlijke procedure worden geëntameerd. 

De bekritiseerde BoB is wellicht onvolkomen maar NZa heeft in elk geval ten principale bepaald dat patiënten en behandelaars ervoor kunnen kiezen dat de diagnose niet uit de rekening kan worden afgeleid. Dit betekent een substantiële verbetering vergeleken met de situatie daarvoor. Bovendien heeft NZa bepaald dat geen opgave gedaan hoeft te worden aan het DBC Informatiesysteem DIS. Dit is geen “wassen neus”, zoals KDVP stelt, maar een verworvenheid.

KDVP stelt dus dat haars inziens de regeling de privacy en vertrouwelijkheid niet zou beschermen maar meldt niet waarom. Ik heb het bestuur van KDVP gevraagd dit alsnog te doen. KDVP weigert echter de gevraagde toelichting te geven, met als argument “geen debat daarover dat langs de rechter heen gaat” te willen aangaan. KDVP onthoudt hierdoor aan patiënten, behandelaars en andere geïnteresseerden de mogelijkheid haar afwijzend standpunt ten aanzien van de opt-out regeling adequaat te beoordelen. 

Concluderend moet worden vastgesteld dat vooralsnog geen reden bestaat om de opt-out regeling af te wijzen. In tegendeel, er zou meer bekendheid aan moeten worden gegeven. Ervaringen ermee zouden moeten worden opgedaan en uitgewisseld. 

Kaspar Mengelberg 23 juli 2012

 

 

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.