Voorverlichte tijden herleven. Over Adriaen Beverland (1650-1716)

15 Aug

RADICAL ENLIGHTENMENT (2001)

Philosophy and the Making of Modernity 1650-1750

Jonathan I. Israel

Oxford University Press, ISBN 0-19-925456-7

De schrijver, hoogleraar aan de School of Historical Studies van Princeton University, komt hier vaak. Hij schreef veel over Nederland. Een vaag en onterecht gevoel van trots bekroop mij bij het lezen van dit volumineuze en onwaarschijnlijk gedetailleerd gedocumenteerde en geleerde werk: ik wist niet dat deze ook hoogst actuele kwalitatieve stap in het moderne denken vooral in Nederland is geïnitieerd, met name (volgens Israel) door het werk van Spinoza (1632-1677). Tegen de achtergrond van klerikaal absolutisme van Katholieke of Protestantse aard en van “God” gegeven wereldlijk gezag waren verlichte ideeën uiterst controversieel. In behoudende Europese kringen was beschuldiging van Spinozisme lange tijd intellectueel en maatschappelijk dodelijk.

De Nederlanden waren in onze Gouden Eeuw, in verhouding tot omringende landen, betrekkelijk tolerant en vele buitenlandse philosophes zochten dan ook hier hun toevlucht.

Dat men zich echter over de geroemde tolerantie, ook een parallel met nu, geen al te fraaie voorstelling moet maken blijkt uit de schokkende geschiedenis van seksuoloog avant la lettre Adriaen Beverland (1650-1716). Diens controversiële want de libido (en vrouwen) emanciperende opvattingen blijken al uit een schilderij van Ary de Vois dat zich in het Rijksmuseum bevindt en ook via internet te bewonderen valt http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.6471

De titel is door Israel terecht vertaald met “..Beverland with an emancipated lady friend”. Beverland zit opulent gekleed en welgedaan met pijp in de hand en glas binnen bereik. Naast hem zit zijn gedecolleteerde en fraai gevormde vriendin, met het vingertje in de lucht voorlezend uit een geleerd boek. Lekker en allesbehalve dom dus.

Beverland werd in een klap berucht met zijn publicatie De Peccato Originali (over de Zondeval). Hij benoemde deze gebeurtenissen als een poëtische allegorie verwijzend naar niet minder dan de ontdekking van de seksuele daad door Adam en Eva, en de transgenerationele overdracht van het verlangen naar sex. Het huis was te klein. De Zuid-Hollandse Synode veroordeelde het boek als een smerig en godslasterlijk traktaat, en eiste met succes een verbod daarvan. Beverland werd door de curatoren van de Leidse universiteit gearresteerd en in het stadhuis gevangen gezet. Hij werd enkele weken later door een academisch gerechtshof schuldig bevonden en veroordeeld tot (o.m.) formele intrekking van zijn opvattingen, een zware boete, uitstoting uit de universitaire gemeenschap en verbanning uit de provincies Holland en Zeeland (waar hij vandaan kwam). Gedurende korte tijd zocht hij zijn toevlucht in Utrecht, totdat hij ook vandaar verbannen werd. Hij vluchtte naar Engeland. Van daaruit heeft hij nog zonder succes geprobeerd zich in de Nederlanden te rehabiliteren door de kostbare bibliotheek van Isaac Vossius, eveneens woonachtig in Engeland, na diens dood voor de Leidse universiteit te behouden. Hij stierf vergeten en volkomen verarmd, in 1716. Zijn boeken, naast het bovengenoemde werk ook De Prostibus Veterum (over bordelen in de oudheid) zijn antiquarisch onbetaalbaar.

Jonathan Israel wordt warm aanbevolen.

Kaspar Mengelberg 20 februari 2005

 

Advertenties
26 Mrt

Beroepschrift vanuit DeVrijePsych (G.R. van den Berg en K. Mengelberg) bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven d.d. 7 juli 2011 tegen de Beslissing op Bezwaar van de Nederlandse Zorgautoriteit d.d. 8 april 2011:

Beroepschrift CBb juli 2011

Addendum bij hoofdstuk 4 van het beroepschrift van G.R. van den Berg en K. Mengelberg, procedurenummer AWB 11/372 S1.

Addendum bij hoofdstuk 4 van het beroepschrift

Kaspar Mengelberg, 26 maart 2016

Photographs of my brother Misha.

7 Okt

Photographs of my brother Misha, musician, made in 2014 with the Rolleiflex of our grandfather. Camera is more than 80 years old.

misha-oktober-2014

 

 

3 Okt

PRIVACY BIJ DE PSYCHIATER

door Kaspar Mengelberg

Maandblad Geestelijke Volksgezondheid 2011

art-mengelberg-mgv-2011-april-2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In memoriam Hans Keilson

31 Jan
In memoriam Hans Keilson
Vandaag, 31 mei 2011, is onze collega Hans Keilson overleden. Hij werd 101 jaar oud.
Hans heeft een uitgebreid litterair oeuvre nagelaten. Na de herontdekking hiervan door recensent Francine Prose in de New York Times van 5 augustus 2010, waarin hij als ‘genius’ werd gekwalificeerd, steeg zijn nationale en internationale roem. Vele interviews volgden. Hans genoot hier zichtbaar van, en wij met hem.
Keilson heeft niet alleen als litterator en verzetsstrijder maar ook als zenuwarts-psychoanalyticus en als wetenschapper en met name als kinderpsychiater een eminente en zeer langdurige staat van dienst gehad. Hij heeft in meerdere wetenschappelijke publicaties, waaronder zijn proefschrift Sequentielle Traumatisierung bei Kindern (1978), gewezen op het belang van de secundaire traumatisering. Zijn belangrijke idee hierover is inmiddels binnen gespecialiseerde professionele kringen gemeengoed geworden en vond, ook nog recent, internationale erkenning. Zo schrijft Margarita Diaz Cordal in Traumatic effects of political repression in Chile: A clinical experience:
“Keilson (1992) states that the consequences of trauma persist even after wars, dictatorial regimes or political repression have ended. Consequently, if traumatized subjects’ expectations of reparation, recognition and social validation of the damage they have suffered are frustrated by society’s silence and by the lack of justice, they would suffer another traumatic sequence of yet greater intensity that would lead to deeper feelings of impotence, helplessness and marginalization from society”.
(International Journal of Psycho-Analysis  86 (2005), p. 1317-1328)
Hans heeft een grote persoonlijke invloed op mij gehad. Hij vormde mijn eerste kennismaking met de psychiatrie en de psychoanalyse, zonder het zelf te weten. Dat ging via de radio zat zo:
Ik was veertien jaar, zat op het Amsterdamse Vossiusgymnasium, had griep, lag in bed en luisterde ik naar de radio. In het ochtendprogramma werd destijds dagelijks Moeders Wil is Wet door de KRO uitgezonden, gedurende vijfentwintig jaar geproduceerd en gepresenteerd door Mia Smelt (1914-2008). Zij behandelde zaken die interessant voor de doelgroep waren: moeders en huisvrouwen.  Omringd door een kringetje daaruit had zij een kinderpsychiater uitgenodigd, die ‘vertelde over gevallen uit zijn praktijk’.  ‘
Ik hoor nog zijn aardige donkere stem met dierbaar Duits accent. Ik wist niks van psychiatrie maar dacht wel dat een kinderpsychiater in elk geval  veel verstand van kinderen moest hebben. Ik was verbijsterd toen hij het volgende met vanzelfsprekendheid zei dat ik mij letterlijk herinner:
“Wij psychiaters zijn altijd heel blij wanneer zo’n jongen, na een paar jaar behandeling, begint met liegen en gappen en stelen“.
De moeders rondom Mia Smelt beviel dit allerminst. Onder het protestkrakeel verstond ik het snibbige ‘nou dat moet je dus echt niet hebben, dan ben je nog veel verder van huis!”
Dit was een revolutie voor mij, hoewel ik van de achtergronden toen niks begreep. Hoe was het mogelijk dat een aardige man met kennelijk verstand van kinderen ‘liegen en gappen en stelen’ niet veroordeelde maar juist positief labelde! Het gevoel en het idee dat psychoanalyse een bevrijdende en revolutionaire wetenschap kan zijn, hoort te zijn, heeft mij sindsdien nimmer verlaten.
De rest van het programma ben ik vergeten en de naam van de psychiater had ik ook niet onthouden. Maar het heeft een onuitwisbare indruk gemaakt. Niet lang daarna begon ik met lezen over psychoanalyse, met name deVorlesungen van Freud, in Nederlandse vertaling bij ons in huis.
Jaren later vertelde ik deze anekdote in mijn eigen analyse. Mijn analytica meende dat de psychiater wel Hans Keilson moest zijn geweest. Terecht, zo bleek bij navraag bij Hans, die ik weer jaren later had leren kennen. Ook hij herinnerde zich die ochtend in de studio, met de protesterende huisvrouwen, decennia na dato.
Het wordt stil in de kringen van onze oudere vakbroeders. Dat is triest.
Kaspar Mengelberg

Otto Fenichel; Marx en Freud. Een boekbespreking

23 Dec

Otto Fenichel: 119 Rundbriefe (1934–1945), uitgave door J. Reichmayr and E. Mühlleitner (1998). Band 1 Europa (1934-1938), Band 2 Amerika (1938-1945). 2137 pagina’s.

Otto Fenichel  (*1897) was psychoanalyticus van de tweede generatie. Als achttienjarige woonde hij deVorlesunen van Freud (1915) bij. Op drieëntwintigjarige leeftijd werd hij lid van de Wiener Psychoanalytischen Vereinigung.

Van 1922 tot 1933 woonde Fenichel in Berlijn. Hij specialiseerde zich in de psychiatrie en neurologie, en richtte in 1924 het Kinderseminar op: een vrij discussieforum voor opleidingskandidaten en jonge veelal Marxistisch georiënteerde –en  Joodse- analytici  aan het Berliner Psychoanalytischen Institut.  Tot de bekendste daarvan behoren Erich Fromm, Edith Jacobson en Wilhelm Reich. Ook mevrouw Jeanne Lampl-de Groot nam aan het Kinderseminar deel.

In 1933 werden de werken van Freud verbrand. Joodse leden werden uit de Deutsche Psychoanalytischen Gesellschaft verwijderd; velen van hen trokken naar andere Europese hoofdsteden, later naar Amerika en elders, en overleefden de oorlog. Fenichel ging naar Oslo, later naar Praag, en emigreerde in 1938 naar Amerika, waar hij in 1946 in Los Angeles, negenenveertig jaar oud, tijdens een verplichte stage in een ziekenhuis om Amerikaanse bevoegdheid als arts te verwerven, stierf.

Fenichel was in zijn jaren een van de meest gezaghebbende analytici. Zijn literaire en wetenschappelijke productie grenst aan het wonderbaarlijke; zijn bibliografie omvat 29 pagina’s. Fenichel’s bekendste werk is wellicht zijn encyclopedische Psychoanalytic Theory of Neurosis (1945).

In 1934 nam Fenichel het initiatief tot het schrijven van geheime rondbrieven aan een klein aantal gelijkgezinde Marxistische georiënteerde collega’s met het doel het in Berlijn aangevangen contact te handhaven. Hij fungeerde als spil, en het overgrote deel van de Rundbriefe is dan ook door Fenichel zelf geschreven; een klein deel bestaat uit bijdragen van collegae die hij (waarschijnlijk om veiligheidsreden) veelal niet met name noemt. Jood, Marxist en psychoanalyticus in combinatie zijn was in de jaren 1934 zowel in Europa als ook in Amerika reden tot onveiligheid, en Fenichel adviseerde daarom de brieven na lezing te vernietigen.

De afgelopen tijd heb ik beide delen gelezen. Juist vanwege hun geheime karakter zijn zij openhartig. Zij hebben als het ware een dagboekkarakter. Veel uit de geschiedenis van de psychoanalyse dat destijds verborgen moest blijven wordt er in geopenbaard. De delen bevatten een schat aan informatie die het waard is om in detailstudies te worden verwerkt. Teveel om op te noemen en zeker teveel om te refereren. Persoonlijke informatie van en over Fenichel zelf treft men er overigens niet in aan.

Ik wil mij tot het volgende beperken. Fenichel stonden twee doelen voor ogen.

Ten eerste was hij psychoanalyticus pur sang. Hij wilde de klassieke psychoanalyse, d.w.z. de psychoanalyse tot pakweg 1940, die hij zowel in Europa als in Amerika bedreigd achtte, bewaren. Ten tweede wilde bij het gedachtegoed van deze klassieke psychoanalyse in verbinding brengen met Marxistische maatschappijleer. Hij beschouwde de leren van Freud en Marx/Engels als complementair, en wenste het in Berlijn binnen dit kader aangevangen onderzoeksproject door middel van de Rundbriefe voor betere tijden te bewaren.

Fenichel was hierin niet uniek. Aanvankelijk was hij ideologisch en vriendschappelijk zeer verbonden met Wihelm Reich en Erich Fromm. Met beiden brak hij. Reich was dermate eigengereid en radicaal dat met hem niet viel samen te werken. Bovendien raakte Reich eind jaren dertig psychisch het spoor bijster en verzonk toenemend in zijn megalomaan-psychotische orgonenwereld.  Fromm, die ook naar Amerika emigreerde, verweet hij de klassieke psychoanalyse te verwateren.

Fenichel was met Freud voorstander van de zogenaamde lekenanalyse, dat wil zeggen het beoefenen van psychoanalyse door niet-psychiaters. Anno 2010 vanzelfsprekend, maar destijds niet. Dit had bij Fenichel geen menslievende maar een wetenschappelijke achtergrond. Hij wilde met name sociale wetenschappers de psychoanalyse binnenhalen om met hen tezamen de complexe relaties tussen de innerlijke wereld en de externe realiteit te kunnen bestuderen.

Een aspect had zijn speciale belangstelling, namelijk het Über-ich. Samenvattend geformuleerd: Fenichel wilde onderzoeken langs welke wegen maatschappelijke dynamieken, speciaal maatschappelijke klassentegenstellingen, zich in de inhoud van het Über-ich vertalen. Hij noemt in dit verband de Ideologiefabriken,  zoals daar zijn de opvoeding, de scholing, de media.

Fenichel heeft over deze materie veel gecorrespondeerd, onder anderen met Norbert Elias die gedurende de oorlog in Londen verbleef terwijl hijzelf in Los Angeles was.

Het project van Fenichel heeft mijns inziens een grote actualiteitswaarde. Dit juist in verband met de anno 2010 aan de orde zijnde mondiale Clash of Cultures.

Misschien wat al te eenvoudig geformuleerd: Het Über-ich binnen de Islamitische cultuur heeft een ander inhoud dan het Über-ich binnen de seculiere Westerse cultuur. Wat zijn verschillen, en hoe worden deze bepaald?

Fenichel heeft kort voor zijn dood het rondsturen van zijn Rundbriefe beëindigd. Hij was om allerlei redenen sterk gedemoraliseerd.

Het is buitengewone verdienstelijk dat J. Reichmayr and E. Mühlleitner er in zijn geslaagd de complete setRundbriefe bij elkaar te brengen, schitterend uit te geven, en van inleidende en toelichtende commentaren en indexen te voorzien.

Wellicht kan het in 1945 afgebroken project toch nog eens nieuw leven worden ingeblazen.

 Kaspar Mengelberg, voorjaar 2010

Drie teksten over de voorgestelde wijziging van artikel 13 Zorgverzekeringswet

13 Jun

1. Het burgerrecht op vrije artsenkeuze (#art13) verdient het te worden beschermd.


Een burgerrecht is een recht dat men als staatsburger van een land geniet. Artikel 13 Zorgverzekeringswet houdt een burgerrecht in. De wetgever heeft immers bepaald dat alle burgers wettelijk recht hebben op vrije artsen/behandelaarskeuze. Complementair aan dit wettelijk burgerrecht is dat ziektekostenverzekeraars de wettelijke plicht hebben diensten van artsen te vergoeden, ook wanneer zij daarmee geen contractuele relatie onderhouden. Het is in Nederland niet toegestaan een ziektekostenverzekering aan te bieden waarbij dit niet het geval is.

De regerende coalitie is van plan dit wettelijk burgerrecht op vrije artsenkeuze in te trekken. De bovengenoemde wettelijke plicht van zorgverzekeraars en de hiermee samenhangende verbodsbepaling zullen daarmee vervallen.

De feitelijke mate van vrije artsenkeuze zal niet meer bij wet geregeld zijn maar afhankelijk worden van de beslissing en het polisaanbod van zorgverzekeraars.

Het intrekken van het burgerrecht op vrije artsenkeuze schaadt het belang van de burger. Dit is bijna een tautologie. Dit miskennen is een misstand.

Het is evident dat het intrekken van dit recht het belang van zorgverzekeraars dient. Dit miskennen is een misstand.

Het burgerrecht op vrije artsenkeuze verdient het te worden beschermd.

Kaspar Mengelberg 9 juni 2014

Zie voor wetsteksten http://www.twitlonger.com/show/n_1s1ufgo

(http://www.twitlonger.com/show/n_1s22kkh)
2. Patiënten hebben belang bij optimale behandeling, verzekeraars hebben belang bij zorglastbeperking. Deze belangen zijn strijdig. Optimaal behandelen is immers tijdrovender en dus duurder dan minimaal behandelen.

De medische ethiek wil optimale behandeling. De contractrelatie van de arts met een verzekeraar gebiedt zorglastbeperking.

Artikel 13 van de Zorgverzekeringswet maakt tot nu toe dat de arts ook zonder contract met een verzekeraar economisch kan overleven. De beoogde wetswijziging dwingt artsen tot het aangaan van een contractrelatie; zonder deze geen betaling. Alsdan: exit arts.

De betaalmacht van verzekeraars zal zich via contractvoorwaarden vertalen in sturingsmacht. Goed voor verzekeraars, slecht voor optimaal behandelen, slecht voor de professionele autonomie van de arts, slecht voor de burger.

Je kunt niet twee heren dienen.

Wetgeving die artsen tot totale horigheid aan verzekeraars dwingt is medisch-ethisch onjuist. Het is te hopen dat wetgevers zich bezinnen.

Kaspar Mengelberg 28 april 2014
(http://www.twitlonger.com/show/n_1s1ifum)

3. Inhoud Zorgverzekeringswet. Nu. En straks? #art13 #vrijeartsenkeuze #PVDA #D66 #VVD

Zorgverzekeringswet zoals deze nu ( 28 mei 2014) luidt:
Artikel 13
1. Indien een verzekerde krachtens zijn zorgverzekering een bepaalde vorm van zorg of een andere dienst dient te betrekken van een aanbieder met wie zijn zorgverzekeraar een overeenkomst over deze zorg of dienst en de daarvoor in rekening te brengen prijs heeft gesloten of van een aanbieder die bij zijn zorgverzekeraar in dienst is, en hij deze zorg of andere dienst desalniettemin betrekt van een andere aanbieder, heeft hij recht op een door de zorgverzekeraar te bepalen vergoeding van de voor deze zorg of dienst gemaakte kosten.
2. De zorgverzekeraar neemt de wijze waarop hij de vergoeding berekent in de modelovereenkomst op.
3. Indien bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 11, is bepaald dat een deel van de kosten van een bepaalde vorm van zorg of van een bepaalde andere dienst voor rekening van de verzekerde komt, verwerkt de zorgverzekeraar dit in de wijze waarop hij de vergoeding voor de desbetreffende vorm van zorg of dienst berekent.
4. De wijze waarop de vergoeding wordt berekend is voor alle verzekerden, bedoeld in het eerste lid, die in een zelfde situatie een zelfde vorm van zorg of dienst behoeven, gelijk.
5. Indien een overeenkomst tussen een zorgverzekeraar en een aanbieder als bedoeld in het eerste lid wordt beëindigd, houdt een verzekerde die op het moment van beëindiging van de overeenkomst zorg ontvangt van deze aanbieder, recht op zorgverlening door die aanbieder voor rekening van deze zorgverzekeraar.
(http://wetten.overheid.nl/BWBR0018450/Hoofdstuk3/Paragraaf32/Artikel13/geldigheidsdatum_27-05-2014)

De Memorie van Toelichting op deze wet meldt een hinderpaalcriterium:
“Voorts mag een verzekeraar op grond van het EU-recht de vergoeding ook bij niet-noodgevallen niet zo vaststellen, dat er een feitelijke hinderpaal ontstaat voor het in het buitenland betrekken van zorg. Daarmee zouden immers buitenlandse zorgaanbieders ten opzichte van Nederlandse zorgaanbieders worden gediscrimineerd, met als gevolg een niet gerechtvaardigde belemmering van het vrije verkeer van diensten (zie ook het arrest «Müller-Fauré/Van Riet» van het Hof van Justitie; HvJ 13 mei 2003, C-385/99, r.o. 107).”
(http://www.st-ab.nl/wetzvwmvt.htm#h3)

De regering stelt voor om Artikel 13 te als volgt wijzigen:

Artikel 13
1. Voor zover de zorgverzekeraar dit in de modelovereenkomst heeft bepaald, worden zorg of andere diensten die verzekerd zijn op de in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, bedoelde wijze, in een door de zorgverzekeraar te bepalen mate vergoed indien de verzekerde deze niet heeft betrokken van een aanbieder met wie zijn zorgverzekeraar een overeenkomst over deze zorg of diensten en de daarvoor in rekening te brengen prijs heeft gesloten of, indien zijn zorgverzekeraar over een ontheffing als bedoeld in artikel 49 van de Wet marktordening gezondheidszorg beschikt, van een aanbieder die bij zijn zorgverzekeraar in dienst is.

2. Zonodig in afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde als bedoeld in dat lid recht op de in het derde lid, in combinatie met, indien van toepassing, het vierde lid bedoelde vergoeding van de voor de zorg of andere dienst gemaakte kosten indien:
a. sprake was van een behoefte aan acute zorg of een acute andere dienst,
b. de zorg of andere dienst niet op redelijke termijn of afstand beschikbaar was bij een zorgaanbieder met wie zijn zorgverzekeraar een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid heeft gesloten of bij een bij hem in dienst zijnde zorgaanbieder,
c. een overeenkomst tussen zijn zorgverzekeraar en een aanbieder als bedoeld in het eerste lid is beëindigd nadat de zorg of andere dienst waaraan de verzekerde behoefte had, reeds bij die zorgaanbieder was aangevangen, of
d. niet ten minste zes weken voorafgaande aan het kalenderjaar waarin de verzekerde de zorg of andere dienst genoot, op voor verzekeringsplichtigen eenvoudige wijze kenbaar was van welke gecontracteerde zorgaanbieders een verzekerde de zorg of dienst zou kunnen betrekken.

3. De vergoeding, bedoeld in het tweede lid, is gelijk aan de door de zorgaanbieder in rekening gebrachte kosten, verminderd met een bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 11, voor de genoten vorm van zorg of andere dienst verschuldigd bedrag dat voor rekening van de verzekerde komt of met een bedrag dat op grond van artikel 19 of 20 voor eigen risico van de verzekerde blijft.

4. In de situatie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, worden van de door de zorgaanbieder in rekening gebrachte kosten buiten beschouwing gelaten de kosten die uitgaan boven hetgeen in de Nederlandse marktomstandigheden in redelijkheid passend is te achten.

5. De zorgverzekeraar neemt in de modelovereenkomst op:
a. de wijze waarop hij de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, berekent, waarbij hij ervoor zorgt dat de berekeningswijze voor alle verzekerden als bedoeld in dat lid die een zelfde vorm van zorg of dienst behoeven, gelijk is,
b. de uitzonderingen, bedoeld in het tweede lid, met de daarvoor geldende vergoeding, en
c. de wijze waarop hij bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 11, bepaalde eigen bijdragen in de vergoeding verwerkt.

C

Na artikel 13 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 13a
1. De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst op dat de verzekerde voor zover die behoefte heeft aan verpleging en verzorging die niet gepaard gaat met verblijf als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, desgevraagd in aanmerking komt voor een vergoeding in de vorm van een Zvw-pgb.

2. De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst de voorwaarden op waaronder de verzekerde in aanmerking komt voor een Zvw-pgb.

3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald:
a. onder welke voorwaarden de verzekerde in aanmerking komt voor een Zvw-pgb;
b. de mate van vergoeding die de zorgverzekeraar de verzekerde ten minste moet of ten hoogste mag bieden.

(http://www.tweedekamer.nl/downloads/document/index.jsp?id=c8b0a961-e1cc-445e-bfa9-ff00e14bcfa6&title=Voorstel%20van%20wet.pdf)

Voor Memorie van Toelichting zie http://www.tweedekamer.nl/downloads/document/index.jsp?id=12940c4d-8f6b-4c50-9aaa-da0edcb73065&title=Memorie%20van%20toelichting.pdf p.35 e.v.

Samenvatting:
Bestaand recht conform de huidige inhoud van art. 13 impliceert voor iedereen een (zekere mate van) vrije artsenkeuze. Verzekeraars zijn immers verplicht zorg verstrekt door niet-gecontracteerde zorgprofessionals te vergoeden, zodanig dat de hoogte hiervan ‘geen hinderpaal’ mag vormen bij het betrekken hiervan.

De voorgestelde wetswijziging ontneemt burgers dit recht. Niet-gecontracteerde zorg zal immers alleen worden vergoed ‘[v]oor zover de zorgverzekeraar dit in de modelovereenkomst heeft bepaald’ (art. 13 .1). De zorgverzekeraar kan bepalen dat geen vergoeding wordt verstrekt.

Commentaar:
De voorgestelde wijziging van art 13 heeft veelvormige en wijdvertakte gevolgen. Een bestaand keuzerecht van burgers wordt hen ontnomen. Zorgprofessionals zullen economisch alleen kunnen overleven voor zover zij een contractrelatie met verzekeraars willen en kunnen aangaan. De machtspositie van verzekeraars zal substantieel worden versterkt, het zorglandschap zal essentieel worden gewijzigd.

Het is zeer te betreuren dat VVD, PvdA, D66, ChristenUnie en SGP deze wijzigingen willen entameren.

Zie voor verder commentaar http://www.twitlonger.com/show/n_1s1ifum

Kaspar Mengelberg 28 mei 2014

(http://www.twitlonger.com/show/n_1s1ufgo)